De kunststofindustrie was in de jaren zeventig al op de hoogte van onderzoek naar de verspreiding van kleine plasticdeeltjes in het lichaam. Dat blijkt uit interne memo’s en correspondentie van onder meer Firestone, Shell en Union Carbide, die zijn onderzocht door de Amerikaanse krant Los Angeles Times. De documenten verwijzen naar onderzoek dat de Duitse arts en wetenschapper Gerhard Volkheimer in mei 1974 presenteerde tijdens een bijeenkomst in New York.

Volkheimer onderzocht hoe kleine vaste deeltjes zich na inslikken door het lichaam kunnen verspreiden. In dierproeven gebruikte hij onder meer microscopisch kleine PVC-deeltjes. Die bleken de darmwand te kunnen passeren en via het bloed en het lymfestelsel in verschillende organen terecht te komen, waaronder de lever, longen en hersenen. Ook werden deeltjes aangetroffen in hersenvocht en andere lichaamsweefsels.
De term microplastics bestond destijds nog niet. Volkheimer sprak over micropartikels of PVC-deeltjes. Zijn onderzoek ging over een proces dat tegenwoordig opnieuw volop in de belangstelling staat: de opname en verspreiding van kleine deeltjes in het lichaam.
Bedrijven bespraken de bevindingen intern
De presentatie bleef niet onopgemerkt bij de aanwezige industrievertegenwoordigers. Volgens de Los Angeles Times stuurde een bestuurder van Firestone Plastics op 17 mei 1974 een samenvatting van de bijeenkomst aan de president van het bedrijf. Daarin stond dat PVC-deeltjes die aan dieren waren toegediend, in verschillende organen werden teruggevonden.
Ook Shell verspreidde de bevindingen intern. De manager industriële hygiëne van het bedrijf schreef onder meer dat Volkheimer PVC-deeltjes had aangetroffen in het hersenvocht van honden.
Een jaar later kwam het onderzoek opnieuw ter sprake in een brief van een veiligheidsfunctionaris van Union Carbide aan collega-bestuurders. Hij schreef dat het onderzoek van Volkheimer regelmatig werd aangehaald als een ‘horror story’ over het inslikken van PVC-hars.
De brief is vooral interessant vanwege de manier waarop het bedrijf met de bevindingen wilde omgaan. De functionaris verwees naar ouder onderzoek waarin dieren PVC-achtige deeltjes hadden gekregen zonder zichtbaar ziek te worden. Dat onderzoek kon volgens hem helpen om het vertrouwen in het gebruik van PVC voor voedselverpakkingen te ondersteunen en de mogelijke reputatieschade door het werk van Volkheimer te beperken.
De interne stukken laten daarmee zien dat de industrie niet alleen kennisnam van de wetenschappelijke bevindingen, maar ook nadacht over de mogelijke gevolgen ervan voor het imago en de toepassing van PVC.
Onderzoek raakte buiten beeld
Waarom het onderzoek van Volkheimer destijds niet breder bekend werd, heeft volgens de betrokken onderzoekers verschillende oorzaken. De bijeenkomst in New York stond vooral in het teken van een andere grote gezondheidskwestie: werknemers in PVC-fabrieken bleken een zeldzame en dodelijke vorm van leverkanker te ontwikkelen door blootstelling aan vinylchloride, de grondstof voor PVC.
De aandacht van gezondheidsinstanties en onderzoekers ging daardoor vooral uit naar de risico’s van vinylchloride voor werknemers. Daarnaast publiceerde Volkheimer een groot deel van zijn wetenschappelijke werk in het Duits, waardoor zijn bevindingen internationaal minder toegankelijk waren.
De documenten die de Los Angeles Times onderzocht, zijn afkomstig uit bedrijfsarchieven die onder meer door rechtszaken en juridische procedures openbaar zijn geworden. Ze zijn ondergebracht in archieven van de University of California, San Francisco en het ToxicDocs-project.
Wat betekent dit voor de huidige discussie over microplastics?
De historische bevindingen krijgen nieuwe betekenis nu wetenschappers op verschillende plaatsen in het menselijk lichaam plasticdeeltjes rapporteren. Microplastics zijn onder meer aangetroffen in bloed en verschillende soorten weefsel. Onderzoekers proberen te achterhalen hoe de deeltjes zich door het lichaam verspreiden en welke gevolgen dat voor de gezondheid kan hebben.
Daarbij is voorzichtigheid nodig. Volkheimers dierproeven laten zien dat PVC-deeltjes onder de onderzochte omstandigheden de darmwand kunnen passeren en zich in het lichaam kunnen verspreiden. Voor mensen gebruikte hij in bepaalde experimenten aardappelzetmeel als modeldeeltje, omdat dit zich volgens zijn eerdere onderzoek op vergelijkbare wijze kon gedragen. Dat is niet hetzelfde als aantonen dat PVC-deeltjes bij mensen dezelfde effecten hebben.
Ook de precieze gezondheidseffecten van microplastics zijn nog onderwerp van onderzoek. De aanwezigheid van deeltjes in menselijk weefsel bewijst op zichzelf niet dat ze daar ziekte veroorzaken. De Amerikaanse brancheorganisatie American Chemistry Council wees tegenover de Los Angeles Times dan ook op de beperkingen van het onderzoek en stelde dat de experimenten niet aantonen dat blootstelling aan microplastics in de dagelijkse praktijk schadelijk is voor mensen.
De onthulling draait daarom niet om de conclusie dat de gezondheidsschade van microplastics al in 1974 vaststond. Wel blijkt uit de documenten dat bedrijven ruim vijftig jaar geleden al kennis hadden van onderzoek naar de mogelijke opname en verspreiding van plasticdeeltjes in levende organismen. Dat die kennis intern werd besproken, terwijl het onderzoek buiten de industrie relatief weinig aandacht kreeg, geeft de huidige discussie over microplastics een opmerkelijke historische dimensie.







