Een studie in Nature zorgt voor discussie over de rol van nascheiding bij kunststofrecycling. Onderzoekers van onder meer de Universiteit Gent, Wageningen University & Research en industriële partners concluderen dat nascheiding van kunststofverpakkingen uit het restafval weliswaar leidt tot hogere recyclingvolumes, maar tegelijkertijd meer verontreinigingen in de recyclaatstroom introduceert.

De onderzoekers waarschuwen dat deze vervuiling gevolgen kan hebben voor de kwaliteit en veiligheid van gerecyclede kunststoffen, met name in toepassingen voor verpakkingen.
Meer materiaal, maar lagere kwaliteit
Voor hun onderzoek vergeleken de wetenschappers kunststofverpakkingen die via bronscheiding door huishoudens waren ingezameld met verpakkingen die via nascheiding uit het restafval waren teruggewonnen. Daarbij werd gekeken naar zowel de hoeveelheid teruggewonnen materiaal als de samenstelling en vervuiling van de verschillende stromen.
De resultaten laten zien dat nascheiding een belangrijke bijdrage kan leveren aan het verhogen van de hoeveelheid ingezameld verpakkingsplastic. Tegelijkertijd bleek het teruggewonnen materiaal aanzienlijk meer ongewenste stoffen te bevatten. Het gaat onder meer om organische resten, geurstoffen, halogenen en sporenelementen die afkomstig zijn van niet-verpakkingsproducten die in het restafval terechtkomen.
De onderzoekers schrijven voorts expliciet dat in de nagescheiden stromen hogere concentraties werden aangetroffen van de verboden zware metalen cadmium (Cd) en lood (Pb). Volgens de studie bevatten de nagescheiden balen meer verontreinigingen afkomstig van niet-verpakkingsproducten die in het restafval terechtkomen, zoals speelgoed, textiel, schoenen, bloempotten en afgedankte elektrische apparatuur.
Veel cadmium en lood
Enkele concrete resultaten:
- In een PE-rigid-fractie uit nascheiding werd een cadmiumconcentratie gemeten van 6,3 ppm, ruim tien keer hoger dan in de vergelijkbare bron-gescheiden stroom (0,4 ppm).
- Lood werd in alle onderzochte stromen aangetroffen, met de hoogste concentraties in LDPE- en gemengde kunststofstromen. Ook na wassen bleven de loodconcentraties in nagescheiden materiaal aanzienlijk hoger dan in bron-gescheiden materiaal.
- Bij analyse van afzonderlijke producten bleken vooral schoenen zeer hoge loodconcentraties te bevatten, tot ruim 900 ppm. Ook bloempotten vertoonden verhoogde concentraties van lood en cadmium.
Artikel gaat verder na de afbeelding

b. Tabel met het totale metaalgehalte (TMC) in gewichtsprocenten van gesorteerde balen voor ongewassen (UnW) en gewassen (W) monsters. Het TMC is berekend als de som van de gemiddelde metaalconcentraties (1 ppm = 0,0001%).
c. Spreidingsdiagram waarin de concentraties van metalen en halogenen worden vergeleken voor ongewassen, gesorteerde balen (LDPE, starre PE, starre PP en gemengde kunststoffen) uit bron-gescheiden en nagescheiden afvalstromen. Voor de gemengde nagescheiden kunststofbaal (mixed PoSo) zijn niet-verpakkingskunststoffen vóór de analyse verwijderd en afzonderlijk beoordeeld; het hier weergegeven monster vertegenwoordigt daarom uitsluitend verpakkingskunststoffen. De waarden zijn intern genormaliseerd en weergegeven op een schaal van 0 tot 1, waarbij 1 de hoogste concentratie aangeeft. De maximaal gemeten concentratie (ppm) staat boven het spreidingsdiagram vermeld.
d. Afbeeldingen van bemonsterde producten (van links naar rechts: chipszak, bloempotten, kunststof draagtas, schoenen en blisterverpakkingen). Grijze driehoeken geven aan voor welke sporenelementen deze producten mogelijk een bron van verontreiniging vormen.
Uitdaging voor voedselcontacttoepassingen
De onderzoekers benadrukken dat de aanwezigheid van extra verontreinigingen niet automatisch betekent dat het materiaal ongeschikt is voor recycling. Wel stellen zij dat aanvullende zuiverings- en wasstappen noodzakelijk kunnen zijn om het materiaal geschikt te maken voor hoogwaardige toepassingen.
Juist voor voedselcontacttoepassingen kan dat een belangrijke uitdaging vormen. In de studie wordt gewezen op verhoogde concentraties van bepaalde stoffen die in verpakkingskunststoffen niet gewenst zijn. Wanneer dergelijke verontreinigingen onvoldoende worden verwijderd, kunnen zij een risico vormen voor de naleving van regelgeving en voor de kwaliteit van het eindproduct.
De onderzoekers stellen daarom dat nascheiding een aanvulling kan zijn op bestaande inzamelsystemen, maar geen vervanging van bronscheiding zou moeten worden.
Volgens de onderzoekers zullen strengere kwaliteitsnormen en verdere investeringen in sorteer- en zuiveringstechnologie noodzakelijk zijn als nascheiding een grotere rol krijgt binnen de circulaire kunststofketen.




