De kunststofindustrie staat midden in de transitie naar duurzamere grondstoffen. Braskem, producent van polyethyleen en polypropyleen, zet daarbij stevig in op biobased alternatieven. Tijdens de K-beurs 2025 in Düsseldorf vertelde Alexander van Veen hoe het bedrijf met polyethyleen uit suikerriet de stap naar een lagere CO₂-footprint maakt.

“Braskem produceert al meer dan vijftien jaar biobased polyethyleen, gemaakt uit suikerriet”, vertelt Commercial Director Europe Polyolefins and Recycling Alexander van Veen. “Het proces is relatief eenvoudig: suikerriet wordt omgezet in bio-ethanol, vervolgens in bio-ethyleen en uiteindelijk in wat wij I’m greenTM bio-based polyethyleen noemen.”
Het resultaat is een volwaardig polymeer, chemisch identiek aan conventioneel PE uit fossiele bronnen. Dat betekent dat verwerkers of brand owners niet hoeven te investeren in nieuwe machines of kwalificatieprocedures. “Een klant die onze fossiele PE gebruikt, kan zonder aanpassingen overstappen op de I’m greenTM bio-based variant”, zegt Van Veen. “Het product gedraagt zich exact hetzelfde. Dat maakt de overstap laagdrempelig.”
Footprint
Naast technische compatibiliteit biedt het materiaal een belangrijk milieuvoordeel. Suikerriet neemt tijdens de groei CO2 op, die vervolgens in het polymeer wordt vastgelegd. “Ons materiaal heeft daardoor een negatieve CO2-footprint”, legt Van Veen uit. “Zolang het in gebruik blijft of gerecycled wordt, blijft die CO2 vastgelegd. Dat helpt onze klanten om hun emissiedoelen te halen.”
Carbon dating
In een markt waar duurzaamheidsclaims onder een vergrootglas liggen, is bewijs cruciaal. Braskem ontwikkelde daarom een verificatiesysteem gebaseerd op carbon dating. “We kunnen exact meten hoeveel van het product uit hernieuwbare grondstof komt”, aldus Van Veen. “Bij fossiel materiaal is de koolstof ouder; bij hernieuwbare bronnen is die ‘jong’. Zo kunnen we wetenschappelijk aantonen welk percentage van onze PE daadwerkelijk biobased is.” Daarmee speelt Braskem in op de groeiende kritiek op greenwashing. “Wij kunnen zwart op wit bewijzen dat ons product écht uit hernieuwbare koolstof bestaat”, zegt Van Veen.

Grootste producent
Braskem begon vijftien jaar geleden met de bouw van de eerste I’m greenTM bio-based PE-fabriek in Brazilië, met een capaciteit van 200 kiloton per jaar. Inmiddels is dat uitgebreid tot 275 kiloton, en het bedrijf werkt aan een extra fabriek in Thailand die nog eens 200 kiloton moet toevoegen. Daarmee is Braskem naar eigen zeggen de grootste producent van biobased polyethyleen ter wereld. De Braziliaanse suikerrietindustrie vormt de basis voor deze productie. “Bio-ethanol is in Brazilië een gevestigde sector, vooral als brandstof voor auto’s”, vertelt Van Veen. “Wij zagen de kans om die bio-ethanol te gebruiken voor een alternatieve oplossing, namelijk kunststoffen.”
De conversietechnologie van bio-ethanol naar bio-ethyleen werd mede ontwikkeld met het technologiebedrijf Lummus, dat de licentie nu ook in andere regio’s kan toepassen. “Zo kunnen we ook buiten Brazilië projecten realiseren”, aldus Van Veen. “In Thailand werken we aan een fabriek die precies hetzelfde proces gebruikt.”
Waarom suikerriet?
Suikerriet blijkt een bijzonder efficiënte grondstof. Het gewas groeit snel, heeft een hoog suikergehalte en kan tot negen maanden per jaar worden geoogst. “Andere gewassen, zoals maïs of suikerbiet, zijn minder efficiënt”, zegt Van Veen. “Die kun je maar één keer per jaar oogsten. Suikerriet levert dus niet alleen meer biomassa per hectare op, maar zorgt ook voor een stabielere aanvoer.” De keuze voor suikerriet betekent overigens niet dat Braskem andere feedstocks uitsluit. “In principe kun je elke hernieuwbare bron gebruiken”, benadrukt Van Veen. “Maar suikerriet is momenteel de meest rendabele en klimaatvriendelijke optie.”
Europese wetgeving
Hoewel de Europese Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) voorlopig vooral mikt op recycling, verwacht Braskem dat biobased plastics binnen enkele jaren een officiële rol krijgen. “In 2027 zal de EU herzien of biobased materialen meetellen voor de recyclingquota”, vertelt Van Veen. “Dat zou een grote stap zijn, want het biedt een extra route om circulaire doelen te halen.” Braskem onderhoudt hierover actief contact met beleidsmakers in Brussel. “Wij willen de informatie aanleveren die nodig is om een goede beslissing te nemen”, zegt hij. “Biobased polymeren lossen het recyclingprobleem niet op, maar ze bieden wel een beter startpunt in de strijd tegen klimaatverandering.”
Ook buiten Europa groeit de belangstelling. In Azië is er nog geen formele regelgeving, maar het debat over CO2-reductie heeft veel bedrijven al richting biobased alternatieven gestuurd. De Verenigde Staten lopen daarentegen achter.
Kosten en perceptie
De overstap naar biobased materialen roept steevast de vraag op: wat kost het? Van Veen erkent dat de prijs hoger ligt dan die van fossiele PE, omdat suikerriet en bio-ethanol duurder zijn dan aardolie. Toch valt de meerprijs volgens hem mee. “Met onze interne Carbon Lens-app hebben we voorbeelden doorgerekend”, vertelt hij. “Bij een standaard tandpastatube blijkt de meerprijs voor I’m greenTM bio-based PE slechts 0,3 tot 1 procent van de verkoopprijs te zijn. Dat is verwaarloosbaar als je bedenkt hoeveel CO2-reductie je ermee bereikt.”
Volgens Van Veen is het vooral een kwestie van mindset bij de merkeigenaren. “In het verleden werden alle kunststoffen automatisch als fossiel beschouwd. Nu willen brand owners weten: komt het uit gerecycled materiaal, uit plantaardige olie, uit gebruikte frituurolie of uit suikerriet? Die bewustwording is enorm toegenomen.” Braskem richt zich in zijn communicatie dan ook niet alleen op verwerkers, maar juist op de grote merken. “Zij bepalen uiteindelijk of een product op de markt komt met biobased inhoud”, zegt Van Veen. “En steeds meer merken communiceren dat ook actief naar consumenten.”

Brede duurzaamheidsstrategie
Braskems bio-based materiaal vormt slechts één pijler van zijn duurzaamheidsstrategie. Het bedrijf investeert ook in chemische recycling. In samenwerking met partners koopt het pyrolyseolie, die wordt omgezet in circulair propyleen. Daarnaast werkt het aan mechanische recyclingprojecten, al noemt Van Veen die economisch uitdagend. “Mechanisch recyclaat is vaak duurder dan nieuw materiaal, zeker bij lage olieprijzen. Zonder steun of stimulerend beleid is dat moeilijk rendabel te krijgen.”
Braskem werkt wereldwijd aan verduurzaming van zijn productieprocessen. In Brazilië draait een groot deel van de installaties op waterkracht, en de fabrieken in Duitsland gebruiken volledig hernieuwbare energie. “We willen niet alleen duurzame producten maken, maar ook duurzame processen hebben,” benadrukt Van Veen. De doelstellingen zijn ambitieus: 15% reductie van broeikasgasuitstoot tegen 2030 en volledige klimaatneutraliteit in 2050.
Alle oplossingen
Van Veen benadrukt dat Braskem de toekomst niet ziet als een keuze tussen biobased, gerecycled of conventioneel materiaal. “We hebben álle oplossingen nodig,” zegt hij. “We hebben veel ervaring opgebouwd met biobased producten. We hebben de kennis in huis, we verkopen ze al en we weten waarom ze gewaardeerd worden. We zien bovendien dat de markt hiervoor groeit.” Het pad was niet overigens zonder obstakels. “De eerste tien jaar ging het langzaam”, blikt hij terug. “Maar de laatste vijf jaar is de markt echt wakker geworden.”
Route naar verduurzaming
Met zijn I’m greenTM bio-based PE laat Braskem zien dat verduurzaming niet gepaard hoeft te gaan met radicale innovaties of compromissen in performance. Je kunt bestaande polymeren behouden, inclusief verwerkbaarheid en recyclebaarheid, en toch fossiele koolstof vervangen door hernieuwbare. “We hebben dit niet gedaan omdat het modieus was, maar omdat we geloofden dat het moest. We zijn er vijftien jaar geleden mee begonnen, lang voordat de markt er klaar voor was. Nu zien we dat die investering zijn vruchten afwerpt. I’m greenTM bio-based is niet de enige oplossing, maar het is wél een heel goede”, besluit hij.







