Europese polymerenproductie daalt met 6,6 procent: chemische industrie blijft onder druk

Geplaatst door redactie

De Europese chemische industrie heeft nog altijd geen structureel herstel ingezet. In de eerste zeven maanden van 2026 daalde de chemieproductie in de EU met 2 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Vooral de producenten van polymeren en basischemicaliën worden geraakt: de polymerenproductie nam met 6,6 procent af. Ook de recente kwartaalcijfers van SABIC laten zien hoe moeilijk de marktomstandigheden zijn, met dalende verkoopprijzen ondanks een herstel van de verkoopvolumes.

Tags:
Bron: Cefic Q3 2026

De Europese chemische industrie blijft kampen met zwakke vraag, overcapaciteit en toenemende internationale concurrentie. Dat blijkt uit het Chemical Trends Report Q3 2026 van de Europese brancheorganisatie Cefic. De productie in de EU27 daalde tussen januari en juli met 2 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2025.

Vooral de upstreamsectoren staan onder druk. De productie van polymeren nam met 6,6 procent af, terwijl de productie van overige organische basischemicaliën met 7 procent daalde. Ook de productie van gewasbeschermingsmiddelen liep terug, met 9,7 procent.

Volgens Cefic is van een breed gedragen en duurzaam herstel nog geen sprake. Hoewel het ondernemersvertrouwen enigszins verbeterde en de voorraden afnamen, blijven de vraag en de concurrentiepositie van Europese producenten belangrijke knelpunten.

Nederland behoort tot de sterkst dalende landen

De productiedaling is zichtbaar in de meeste grote Europese chemielanden. Spanje vormde met een groei van 2,8 procent een uitzondering. In Duitsland daalde de chemische productie met 2,7 procent, in Italië met 3,3 procent en in België met 4,3 procent. Nederland noteerde een daling van 5 procent.

De Europese chemische productie ligt inmiddels 11,7 procent onder het gemiddelde niveau van de periode 2014-2019. Dat onderstreept dat de problemen structureel zijn en niet uitsluitend het gevolg van een tijdelijke terugval.

Opvallend is dat de chemische verkoopwaarde in de eerste helft van 2026 wel met 2,1 procent steeg. Dat kwam volgens Cefic echter vooral door hogere producentenprijzen, die met 5,1 procent toenamen. De stijging van de omzet betekent dus niet dat er meer chemische producten werden geproduceerd of verkocht.

Ook de internationale handel verzwakte. De exportwaarde van de Europese chemische industrie daalde in de eerste zeven maanden met 4,2 procent tot 127,6 miljard euro. De importwaarde nam met 3,1 procent af tot 106,2 miljard euro. Het handelsoverschot kromp daardoor van 23,6 naar 21,4 miljard euro.

SABIC: verkoopprijzen dalen, volumes herstellen

De moeilijke marktomstandigheden zijn ook zichtbaar bij grote internationale chemieproducenten. SABIC, een van de grootste petrochemische bedrijven ter wereld, presenteerde op 25 oktober de resultaten over het derde kwartaal van 2026.

De Saoedische producent zag de omzet ten opzichte van het tweede kwartaal met 14 procent stijgen tot 28,17 miljard Saoedische riyal (circa 7,5 miljard dollar). De aangepaste EBITDA nam met 40 procent toe tot 4,75 miljard riyal. Ook keerde het bedrijf terug naar een positief aangepast nettoresultaat, na een verlies in het tweede kwartaal.

Dat herstel kwam vooral door hogere verkoopvolumes. Die namen met 30 procent toe ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Tegelijkertijd daalde de gemiddelde verkoopprijs met 13 procent.

De cijfers laten zien dat hogere afzet niet automatisch leidt tot hogere prijzen. Ook SABIC blijft opereren in een markt waarin de prijsdruk groot is. Volgens marktanalysebureau ICIS stonden onder meer de prijzen van polyethyleen (PE) en polypropyleen (PP) onder druk.

SABIC is daarmee geen rechtstreeks vergelijkbare graadmeter voor de Europese productieontwikkeling: het concern opereert wereldwijd en de kwartaalcijfers worden beïnvloed door onder meer grondstofkosten, logistiek en de regionale productmix. Wel illustreren de resultaten hoe lastig het voor petrochemische producenten blijft om hun marges op peil te houden.

Structurele concurrentieproblemen

De cijfers van Cefic maken duidelijk dat de Europese chemische industrie niet alleen met een tijdelijke vraagdip te maken heeft. De productie blijft achter bij het niveau van vóór de energiecrisis, terwijl andere regio’s hun productiecapaciteit uitbreiden.

China blijft daarbij een belangrijke concurrent. De chemische productie in het land groeide in de eerste zeven maanden van 2026 met 3,8 procent, terwijl de productie in de EU met 2 procent daalde. Ook wereldwijd vertraagde de groei van de chemische productie: van 3,8 procent in 2025 naar 1 procent in de eerste zeven maanden van 2026.

Hoge energiekosten, wereldwijde overcapaciteit en zwakke industriële vraag blijven de Europese producenten parten spelen. Voor de kunststofindustrie is vooral de sterke terugval in de polymerenproductie relevant. Die wijst erop dat de druk zich nadrukkelijk ook in de grondstofketen laat voelen.

Zolang de vraag niet aantrekt en de concurrentiepositie van Europese producenten niet verbetert, blijft een duurzaam herstel van de chemische en polymerenproductie onzeker.

Tags:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *