Vanaf 21 november mogen EU-lidstaten geen kunststofafval meer exporteren naar landen buiten de OESO. Daardoor blijft jaarlijks een grotere hoeveelheid materiaal binnen Europa beschikbaar voor verwerking. Maar zonder voldoende afzet voor recyclaat dreigt een deel alsnog te worden verbrand of gestort. Tegelijkertijd dreigt vertraging bij de Europese regels voor de berekening en verificatie van verplichte recyclaatpercentages. Dat waarschuwde Recycling Europe tijdens de World Recycling Convention van de Bureau of International Recycling (BIR) in Málaga.

De Europese kunststofrecyclingsector krijgt op korte termijn te maken met een belangrijke verandering in de internationale afvalstromen. Op 21 november 2026 gaat het verbod in op de export van kunststofafval vanuit de EU naar landen buiten de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Daarmee wordt een belangrijke afzetroute voor Europees kunststofafval afgesloten.
De maatregel maakt deel uit van de herziene Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (Waste Shipment Regulation). De Europese Commissie wil daarmee voorkomen dat Europa zijn afvalproblemen verplaatst naar landen waar de verwerking mogelijk minder goed is geregeld. Het verbod geldt voor kunststofafval naar niet-OESO-landen; export naar OESO-landen blijft onder voorwaarden mogelijk.
De omvang van de afvalstromen is aanzienlijk. De EU produceert jaarlijks ongeveer 40 miljoen ton kunststofafval en exporteert daarvan jaarlijks tussen de 1 en 1,5 miljoen ton. In 2025 ging ongeveer de helft van die export naar landen buiten de OESO. Maleisië, Indonesië en Vietnam behoren tot de belangrijke bestemmingen.
Meer materiaal, maar waar blijft de vraag?
Tijdens de BIR World Recycling Convention, die van 26 tot en met 29 oktober in Málaga plaatsvond, waarschuwde Maria Vera-Duran, beleidsdirecteur van Recycling Europe, voor de gevolgen van het exportverbod. Europa zal meer kunststofafval binnen de eigen grenzen moeten verwerken, maar daarmee is nog niet verzekerd dat het materiaal daadwerkelijk wordt gerecycled.
„Dit betekent dat Europa meer kunststofafval binnen zijn grenzen beschikbaar krijgt om te recyclen. Als we binnen Europa geen vraag creëren, zal meer kunststofafval worden verbrand of gestort”, waarschuwde Vera-Duran.
Volgens haar moet de Europese markt daarom voldoende afzetmogelijkheden voor recyclaat ontwikkelen. Alleen extra aanbod creëren is niet genoeg. Recyclingbedrijven moeten het teruggewonnen materiaal ook daadwerkelijk kunnen verkopen aan verwerkers en producenten.
De waarschuwing komt op een moment waarop de sector juist behoefte heeft aan meer zekerheid over de toekomstige vraag. Europese regelgeving bevat inmiddels verschillende verplichtingen voor het gebruik van gerecycled kunststof, maar de praktische uitwerking daarvan is nog niet op alle onderdelen afgerond.
Onzekerheid over berekening recyclaatpercentages
Een belangrijk aandachtspunt is de methodiek waarmee de Europese Commissie verplichte recyclaatpercentages gaat berekenen en controleren. Voor de Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) liggen de doelstellingen vast, maar de Europese Commissie werkt nog aan de regels voor de berekening en verificatie ervan.
De PPWR bevat voor kunststofverpakkingen verschillende minimumpercentages gerecycled materiaal. Afhankelijk van het type verpakking lopen de doelstellingen op tot 10 à 35 procent in 2030 en 25 à 65 procent in 2040.
Volgens Vera-Duran zou de Europese Commissie de methodiek en bijbehorende regels uiterlijk eind december 2026 afronden. Dat tijdschema lijkt volgens haar niet haalbaar. Als de regels niet tijdig worden vastgesteld, bestaat het risico dat ook de doelstellingen worden uitgesteld.
„Als ze deze methodiek en regels niet voor het einde van het jaar afronden, kunnen de doelstellingen worden uitgesteld”, aldus Vera-Duran. Zij noemde dat een gevaarlijke ontwikkeling, omdat de recyclingindustrie niet langer kan wachten op de vraagimpuls die de Europese regelgeving moet opleveren.
Voor recyclingbedrijven is dat een wezenlijk probleem. Zij moeten investeren in installaties, sortering en verwerkingscapaciteit, terwijl de toekomstige vraag naar hun producten mede afhankelijk is van regelgeving waarvan de uitvoeringsregels nog niet definitief zijn.
Regels voor PET-flessen als mogelijk voorbeeld
De discussie gaat niet alleen over de PPWR. Vera-Duran wees ook op de nieuwe Europese regels voor de berekening en verificatie van recyclaat in kunststof drankflessen onder de Single-Use Plastics Directive (SUPD). Deze regels zijn in juni 2026 van kracht geworden.
Daarbij wordt onder meer bepaald waar het kunststofafval moet zijn verwerkt om het gerecyclede materiaal mee te mogen tellen voor de Europese doelstellingen. Recycling in de EU is toegestaan. Voor recycling buiten de EU gelden aanvullende voorwaarden, onder meer met betrekking tot de OESO-status van het land en de naleving van Europese eisen voor afvalbeheer.
Volgens Vera-Duran bestaat het risico dat de Europese Commissie vergelijkbare regels overneemt voor de PPWR en andere wetgeving. Dat is relevant omdat de huidige regels specifiek betrekking hebben op kunststof drankflessen, maar een bredere toepassing grote gevolgen kan hebben voor de manier waarop gerecycled materiaal uit internationale ketens wordt meegeteld.
De Europese doelstellingen voor PET-drankflessen zijn 25 procent gerecycled kunststof in 2025 en 30 procent in 2030. De PPWR bevat daarnaast bredere doelstellingen voor kunststofverpakkingen.
Recyclingbedrijven hebben duidelijkheid nodig
De boodschap vanuit Málaga is daarmee vooral een oproep aan Europese beleidsmakers om tempo te maken. Het exportverbod kan bijdragen aan meer verwerking binnen Europa, maar zonder voldoende vraag naar recyclaat dreigt een ongewenst effect: meer kunststofafval binnen de Europese grenzen, zonder dat de recyclingcapaciteit en afzetmarkt daarop aansluiten.
De combinatie van een naderend exportverbod en onzekerheid over de berekening van verplichte recyclaatpercentages maakt de komende maanden belangrijk voor de sector. De regelgeving moet niet alleen afvalstromen binnen Europa houden, maar ook zorgen dat gerecycled kunststof daadwerkelijk een markt krijgt.
De BIR-bijeenkomst maakte duidelijk dat de recyclingindustrie vooral behoefte heeft aan uitvoerbare regels en tijdige zekerheid. Zoals Vera-Duran benadrukte: de sector kan niet langer wachten op de vraagimpuls die de Europese doelstellingen moeten opleveren.







