Up- en downstream van productie is er nog veel te winnen voor IGS GeboJagema

Geplaatst door redactie

De explosief groeiende populariteit van GLP-1 diabetes- en obesitasmedicijnen heeft bij IGS GeboJagema geleid tot een sterke omzetgroei in matrijzen voor het spuitgieten van onderdelen van injectiepennen. Om niet te veel afhankelijk te worden van deze producten zet CEO Herman Rusch in op het ontwikkelen van nieuwe markten en technologieën. Ook wordt het dienstenpakket op het gebied van prototyping en onderhoud uitgebreid.

Voorbeeld van een matrijs die wordt gebruikt voor het spuitgieten van onderdelen van injectiepennen. Foto: IGS GeboJagema

Van recente berichten van Novo Nordisk en Eli Lilly dat hun GLP-1 diabetes- en obesitasmedicijnen ook in pilvorm beschikbaar zijn c.q. komen wordt Herman Rusch niet koud of warm. “We hebben in gesprekken met beide farmareuzen dat scenario al eerder doorgesproken. Daaruit bleek dat we niet bang hoeven te zijn dat er binnen enkele jaren geen injectiepennen meer nodig zijn omdat alle patiënten een pilletje slikken. Sterker, de vraag naar injectiepennen zal alleen maar blijven groeien, wat uiteraard gunstig is voor de verkoop van onze matrijzen voor onderdelen van injectiepennen, waarmee we in deze markt inmiddels een aandeel van ruim 33% hebben.”

Eigenlijk zijn er maar twee factoren te noemen, die een negatief effect hebben op het aantal injectiepennen. Naast de pil als alternatieve toedieningsvorm is dat een verlaging van het aantal benodigde injecties. Waar dat nu nog wekelijks plaatsvindt, zal dat in de toekomst nog maar eens in de maand of zelfs eens per kwartaal nodig zijn.

Herman Rusch, CEO IGS GeboJagema: “Wij zijn hier in Eindhoven heel goed in marathonlopen. Om dat op olympisch niveau te houden moet je je niet gaan toeleggen op de sprint of de middenafstand.”

Wondermiddel

Daar staan legio argumenten tegenover die voor verdere groei pleiten. Zo heb je voor een pil honderd keer zoveel werkbare stof nodig om even effectief te zijn als met een injectiepen. Als je bedenkt dat nu al alle zeilen moeten worden bijgezet voor voldoende productiecapaciteit van GLP-1, dan kun je je voorstellen dat honderd keer zoveel capaciteit volstrekt onhaalbaar is. Ook blijkt uit tot nu toe gepubliceerde studies dat je met pillen een minder groot procentueel gewichtsverlies kunt bereiken dan met injectie, wat waarschijnlijk betekent dat voor de mensen die het het hardst nodig hebben –de obesitas-patiënten– injecteren de voorkeur heeft. Daarbij ligt verreweg de grootse markt –Azië– nog nagenoeg braak. Bovendien kan GLP-1 als een 21-ste eeuws wondermiddel a la penicilline, voor steeds meer andere indicaties worden ingezet, zoals hart- en vaatziekten, dementie en verslavingsziekten. “Zelfs de CO2-footprint blijkt bij injectiepennen lager uit te vallen, terwijl je dat met al die plastic onderdelen in die disposabel toch anders zou inschatten. Maar het chemisch proces van het maken van de werkzame stof blijkt een veel grotere impact te hebben op de CO2-uitstoot, iets waar je met pillen nog een multiplier van honderd op kan zetten”, aldus Herman.

Blik in de ‘light-outs’ fabriek in Eindhoven, waar de productie verregaand is geautomatiseerd. Foto: IGS GeboJagema

Healthcare company

De matrijzen voor onderdelen van injectiepennen maakten in 2025 bijna de helft uit van de jaaromzet van 92 miljoen euro. Hiermee laten ze sinds enkele jaren de andere moneymaker –matrijzen voor ooglenzen, die al sinds jaar en dag worden gemaakt voor wereldmarktleider Johnson & Johnson– achter zich, die nu nog voor ruim een kwart in de boeken staat. Een derde, veel kleinere poot, is die van matrijzen voor plastic onderdelen voor inhalers. Een markt die weliswaar sterk groeit, maar zich qua aantallen niet kan meten met de injectiepennen en ooglenzen. “Met de bijna 100% focus op de gezondheidsmarkt presenteren we ons als healthcare company, en niet zozeer als gereedschapsmakerij. Dat klinkt misschien een beetje vreemd, want we staan met onze matrijzen mijlenver af van wat je je voorstelt bij gezondheidszorg. Tegelijkertijd zijn we met die producten een schakel in de gezondheidszorg, die we hebben kunnen optimaliseren door intensief samen te werken met in ons geval farmaceutische bedrijven”, vertelt Herman.

Marathon

Bij elke nieuwe opdracht beginnen de engineers bij IGS GeboJagema aan wat Herman betitelt als de marathon, die ruwweg een jaar duurt. “De eerste drie maanden zijn we bezig met het ontwikkelen van de matrijs. Vervolgens een maand of zes met het produceren van de onderdelen. In de laatste drie maanden wordt het proces van assemblage tot met acceptatie afgerond.” Juist omdat het bedrijf matrijzen maakt voor hoogvolume productie in de medische sector kan en moet het die levertijd nemen. “Om met het kunnen te beginnen. Zo’n order hangt bij de injectie­pennen vaak samen met de bouw van een nieuwe fabriek door de klant. Hiermee is meer dan een jaar gemoeid, dus ligt de tijdsdruk wat dat betreft niet bij ons. Wij kunnen het ons dus veroorloven om een efficiënt productieproces in te richten voor matrijzen van de vereiste kwaliteit. Dan komen we bij het moeten. Die eisen zijn niet mals, zeker wat betreft de reproduceerbaarheid en repeteerbaarheid. Het komt er op neer dat voor een bedrijf als Eli Lilly jaarlijks elk van de meer dan een miljard injectiepennen binnen spec’s moet worden geproduceerd, dus ook elk van de plastic onderdelen die met behulp van onze matrijzen worden gespuitgiet. Bedenk dat daar momenteel zo’n vijftien productielijnen mee gemoeid zijn met voor ieder onderdeel zeven tot acht identieke matrijzen. Dan is het natuurlijk niet de bedoeling dat die matrijzen om het jaar moeten worden vervangen. Mede door die marathon-voorbereiding kunnen wij matrijzen leveren, die –uiteraard met het nodige onderhoud– gedurende twintig jaar of langer exact dezelfde kwaliteit bieden. Dat zit hem niet speciaal in de micron-nauwkeurigheid zelf, maar wel in het feit dat wij herhaalbaar en repeteerbaar matrijs op matrijs een identiek product met die micron-nauwkeurigheid kunnen blijven maken. Hiermee zijn we echt onderscheidend en hebben we een stevige positie in deze markt kunnen opbouwen.”

Slimmer onderhoud

Met de in de afgelopen jaren sterk gegroeide installed base neemt de onderhoudsgerelateerde omzet overeenkomstig toe. “Om de matrijzen in topconditie te houden voeren we onderhoudscycli uit, die bestaan uit preventief onderhoud, light refurbishments en full refurbishments. Na drie van die cycli zijn we twintig jaar verder en is het meestal wel tijd voor een nieuwe matrijs. Dit servicemodel is zeer lucratief voor ons, niet in de laatste plaats vanwege de refurbishments, waarbij we alle cavity stacks vervangen. In die cavity stacks zit precies de toegevoegde waarde van onze fabriek in Eindhoven. We verwachten dat de omzetten in de servicejaren nog hoger zullen zijn dan in de aanlooptijd. Vanaf 2030 beginnen alle lijnen te lopen, wat een hele stabiele stroom aan werk oplevert. Hierin past ook de overname in 2023 van een service provider van matrijzen in Peachtree City, GA. Vanuit die basis kunnen we efficiënt service verlenen aan onze Amerikaanse klanten”, aldus Herman.

De structurele inzet van datamanagement is van toegevoegde waarde voor onderhoud, is de overtuiging bij IGS GeboJagema. “Op basis van data, zowel uit het spuitgietproces als van de matrijs zelf, kunnen we nauwgezet de conditie van onze matrijzen monitoren. Daarmee helpen we de levensduur van de matrijzen en de proceskwaliteit hoog te houden. Waar we nu nog volgens redelijk vaste stramienen onderhoud uitvoeren, kan dat met data veel specifieker. Denk dan aan parameters als de sluitkracht van de matrijs, die je kan meten met sensoren op de servomotoren, of de temperatuurhuishouding in een matrijs.”

Pay-per-use

Voordat het zover is zal er nog wel een verandering moeten plaatsvinden in de mindset bij de productiebedrijven in de relatief conservatieve farmawereld. “Klanten staan nog niet te springen om hun procesgegevens vrij te geven. Wij zijn dit al lang en breed gewend; de fabrikanten van de machines waar wij mee werken kunnen deze remote uitlezen. Het is een kwestie van tijd dat dit ook in de farma mogelijk zal zijn, is mijn overtuiging.” Herman kijkt ondertussen al verder in de toekomst. “Nog een stip op de horizon, waar we in eerste instantie met preventief onderhoud de aftersales naar toe willen trekken, is het verkopen van de matrijzen volgens het pay-per-use model. Klanten betalen per slag en wij zorgen er door uitgekiend onderhoud voor dat ze zo veel mogelijk slagen kunnen maken.”

Rapid prototyping

Naast uitbreiding van de business aan de achterkant van de waardeketen, bij after sales, heeft IGS GeboJagema zijn pijlen gericht op de voorkant van het proces, bij prototyping. Een concrete stap hierin was de overname, begin dit jaar, van het Britse bedrijf FRP, dat gespecialiseerd is in rapid prototyping en al regelmatig werd ingeschakeld door de Eindhovense matrijzenmaker. Het idee hierachter is om eerder bij het designproces van de klant betrokken te raken. “Waar we voorheen pas aan tafel zaten bij productie-engineering, zijn we nu via FRP gesprekspartner voor R&D, zodat we al in de pre-productie fase aan kunnen haken. Let op, het gaat hier niet om de protofase, waarbij single cavity aluminiummatrijzen worden gemaakt voor een functioneel model. Dat gaat bij wijze van spreken bij de gereedschapsmakerij om de hoek. In de fase daarna, waarbij de preproductie- of bridge tool moet worden gemaakt, wordt het voor ons interessant. De cavity van deze met maximaal vier cavities uitgeruste matrijzen is identiek aan die bij onze productie-matrijzen. Op deze matrijzen wordt de FDA-approval gedaan. Onze klanten schakelen hiervoor gespecialiseerde prototyping bedrijven als FRP in, en kwamen dan voor de volgende fase pas bij ons. Probleem hierbij is dat daarbij veel kennis verloren ging, omdat die indirect via de klant bij ons belandde. Omdat FRP nu deel uitmaakt van ons bedrijf is de kennisoverdracht veel directer. Dat wordt gewaardeerd door de klant, want we zitten momenteel in twee projecten die we zonder FRP nooit hadden binnengehaald.”

Ook intern tussen FRP en IGS GeboJagema kunnen er slagen worden gemaakt. “Bepaalde features die in Engeland zijn geïmplementeerd hoeven we hier nog niet een keer over te doen. Verder zijn we bezig om de CAD- en CAM-systemen zodanig op elkaar af te stemmen dat we de modellen een op een over kunnen nemen voor productie.”

Sprinters

Wat wel sterk gescheiden blijft is de productie van de betreffende matrijzen. “Waar wij in Eindhoven voor ieder project een eenjarige marathon lopen doen ze dat in Engeland sprintend, met een levertijd van zes tot twaalf weken. Die processen moet je niet met elkaar vermengen”, stelt Herman. FRP produceert zelf overigens niets. Het is een engineering club die voor de verschillende fases in de prototyping partnerships met gereedschapsmakerijen heeft. “Met de grootste daarvan, het Zuid-Koreaanse Vasflex, gaat die samenwerking zo ver dat ze niet alleen de proefmatrijs maken, maar ook proefseries spuitgieten. Daarbij kan het mede door de uitstekende kwaliteit van de proefmatrijzen al om behoorlijke aantallen gaan, van regulier honderdduizenden tot zelfs enkele miljoenen. Die miljoenen zijn uitzonderingen. We streven er weliswaar naar om de waardeketen op te rekken, maar niet zover dat we als spuitgieter gaan concurreren met onze klanten!”

High-end plastics voor laboratoria

Een voor IGS GeboJagema interessante deelmarkt binnen de healthcare is die van de high-end plastics voor ziekenhuislaboratoria die met hoogwaardige matrijzen geproduceerd worden. Denk daarbij aan cuvetsystemen voor analyse-apparaten of 96-wells microtiterplaten.

IGS GeboJagema

In een op de K 2025 gepresenteerd demoproject heeft IGS GeboJagema met partners Engel (spuitgietmachine), Günther (hot-runner technologie), Contura (conformal coating) en Meusburger (plaatmateriaal) laten zien hoe de wells van die microtiterplaten op identieke wijze kunnen worden gespuitgiet in een stabiel proces met korte cyclustijden. In dit geval ging het om 32 wells, waarbij het product vanaf onderaan door even zoveel nozzeltjes wordt gespoten. In dit project is ook de door IGS GeboJagema in samenwerking met Gloss&Coating ontwikkelde en gepatenteerde Translatio-Coating toegepast. Hierbij wordt een 120-150 nm dun laagje van het te spuitgieten materiaal aangebracht op de cavity-gedeeltes van de matrijs. Deze structuur van het te spuiten kunststof werkt als een coating, zodat er geen additionele coating nodig is.

IGS GeboJagema Eindhoven

Voordeel van deze zichzelf onderhoudende coating (iedere keer met het spuitgieten wordt de coatinglaag weer een beetje bijgewerkt) is dat het lossen van het product vele malen soepeler gaat. Bovendien is voor deze coating geen aparte FDA-kwalificatie nodig; het gaat immers om hetzelfde materiaal als dat van de component.

Matrijzen voor siliconenrubbers

Met de overname van het Oostenrijkse ACH Solution, begin dit jaar, heeft IGS GeboJagema toegang gekregen tot de markt van matrijzen voor het spuitgieten van siliconenrubbers. Deze materialen worden steeds vaker ingezet als alternatief voor natuurrubber in met name medische markten omdat ze zuiverder, beter reinigbaar en duurzamer zijn. Herman Rusch ziet in het kunnen bedienen van elkaars klanten met aanvullende technologieën veel kansen. “Voor injectiepennen maken wij nu matrijzen voor verschillende plastic onderdelen. In die pennen zitten ook rubberproducten, met name afdichtingen. Die kunnen we nu ook meenemen in het traject van prototyping tot productie.” ACH biedt ook ingangen naar voor IGS GeboJagema nieuwe markten. Bijvoorbeeld de EV-markt, waar ACH matrijzen maakt voor afdichtingen van zachte rubbers die worden toegepast bij de stekkers van elektrische auto’s.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *