Koninklijke Paardekooper Group is op donderdag 21 augustus 2025 failliet verklaard door de rechtbank in Rotterdam, enkele dagen nadat het bedrijf uitstel van betaling had aangevraagd. Voor ruim 700 medewerkers in Nederland en België betekent het faillissement een grote onzekerheid.

Het familiebedrijf, opgericht in 1919, groeide uit tot een van de grootste verpakkingsleveranciers in de Benelux en ontving in 2019 het predicaat ‘Koninklijk’ ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan. In 2023 behaalde Paardekooper een omzet van bijna 408 miljoen euro, met activiteiten in meer dan 75 landen. Het bedrijf had een uitgebreid netwerk van vestigingen en distributiecentra, waaronder locaties in Den Hoorn, Oud-Beijerland, Aalsmeer, Rotterdam, Den Haag, Barendrecht, Breda en Nieuwegein.
Directe impact op klanten en leveranciers
Klanten van Paardekooper — zoals Intratuin, De Bijenkorf, State of Art, Omoda, Mitra, Wibra en De Koekfabriek — voelen direct de gevolgen van het stilvallen van leveringen. Indien er geen snelle herstart plaatsvindt, zullen zij op zoek gaan naar alternatieven, waarmee terugkeer naar Paardekooper onwaarschijnlijk wordt.
Albert Heijn, een klant van Paardekooper (voor onder andere zakken voor stokbrood en groenten), meldt dat hun huidige voorraad nog toereikend is. Ook Royal FloraHolland merkt dat telers binnen de sierteelt beperkt geraakt zijn; de veiling ondersteunt waar mogelijk met alternatieven uit eigen assortiment. Ondertussen geven concurrenten aan dat ze niet de capaciteit hebben om snel alle klanten van Paardekooper op te vangen – zeker niet als de verpakkingen duidelijk merkgelabeld zijn.
Duurzaamheid: reden of misvatting?
Paardekooper stond de afgelopen jaren bekend als een voorloper in verduurzaming van verpakkingen. Het bedrijf investeerde fors in het LCA Center (Life Cycle Analysis), waar de milieu-impact van verpakkingsoplossingen werd doorgerekend. Daarmee konden klanten bewust kiezen voor verpakkingen met een lagere CO₂-voetafdruk.
Daarnaast ontwikkelde Paardekooper alternatieven voor traditionele plastics, zoals:
- Bio-based folies en trays voor de voedingsindustrie.
- Papieren draagtassen en verpakkingen op basis van hernieuwbare grondstoffen.
- Circulaire verpakkingsconcepten waarbij retourstromen en hergebruik centraal stonden.
Het bedrijf positioneerde zich nadrukkelijk als partner voor bedrijven die hun verpakkingsketen wilden verduurzamen. Het faillissement roept daarom extra vragen op: lag de nadruk op duurzaamheid misschien te zwaar, of was het juist de juiste koers, maar ondermijnd door andere factoren zoals hoge grondstofprijzen, logistieke kosten en de druk van grote retailklanten? Insiders benadrukken dat de duurzame koers niet de oorzaak was van het faillissement, maar dat Paardekooper juist veel waarde toevoegde met deze innovaties. Elske Schotte, actief op het gebied van circulair ondernemen binnen het bedrijf, schrijft op socual media dat het faillissement niet te wijten is aan de duurzame strategie, maar eerder‘ondanks’ die aanpak is gekomen.
Curatoren en mogelijke overnames
De curatoren – Leonard Boender en Richard le Grand – onderzoeken momenteel onder andere welke voorraden al betaald zijn en welke via eigendomsvoorbehoud nog eigendom van leveranciers zijn. Sinds de faillietverklaring zijn er geen leveringen meer geweest.
Er zouden twee partijen geïnteresseerd zijn in een volledige overname van het bedrijf, terwijl verdere partijen mogelijk geïnteresseerd zijn in delen daarvan.
Het ‘opvullen van de gaten’
Met het wegvallen van een speler van dit formaat ontstaan er acute gaten in de markt. Klanten die afhankelijk waren van specifieke, merkgebonden verpakkingen – denk aan private label dozen, zakken of folies – kunnen niet zomaar overstappen naar een concurrent. Leveranciers van standaardproducten kunnen wel sneller inspringen, maar de vraag is of ze de volumes aankunnen.
Wat zien we nu gebeuren?
- Concurrenten melden een toestroom van nieuwe aanvragen, maar geven zelf aan dat zij niet alle klanten tegelijk kunnen bedienen.
- Distributeurs zoals FloraHolland proberen tijdelijk alternatieven uit eigen assortiment aan te bieden, vooral aan telers en exporteurs in de sierteelt.
- Retailers zoals Albert Heijn vertrouwen voorlopig op hun bestaande voorraden, maar kijken al vooruit naar nieuwe leveranciers.
- Internationale spelers zien een kans om marktaandeel te veroveren, al is het onzeker of zij lokaal voldoende infrastructuur hebben.
Kortom: er ontstaat een tijdelijke fragmentatie van de markt, met kansen voor flexibele toeleveranciers maar ook risico’s voor continuïteit.







