Ontwerpers en technici: specialisten, generalisten, of beide

Foto van: redactie
Geplaatst door redactie

Tijdens de NPE 2015 in Orlando vond een discussie plaats over drie belangrijke factoren bij het ontstaan van een product: ontwerp, ontwikkeling en marketing. Communicatie en samenwerking is bij elke stap belangrijk voor het maken van succesvolle producten. Toch gaat dat lang niet altijd goed. Dit leidt tot kostenoverschrijding, vertraging bij het op de markt brengen en een eindproduct dat er niet goed uitziet en/of niet goed werkt.

In Orlando kwam een panel van ontwerpers en technici bij elkaar om over dit onderwerp te spreken. Verder waren zo’n 90 belangstellende aanwezig voor een discussie.

Marco Perry, oprichter en directeur van Pensa LLC (Brooklyn, N.Y., VS) hielp de discussie op gang door te stellen dat er grote verschillen zijn in opleiding en cultuur tussen ontwerpers en technici.
Technici worden op school getraind om vaste regels te hanteren: ‘Je benadert het wetenschappelijk om herhaalbare resultaten te verkrijgen. Je bent er niet op gericht om iets te veranderen, want in het verleden werkte het toch?’

Ontwerpers aan de andere kant, wordt tijdens hun studie geleerd om zo origineel mogelijk te zijn. Originaliteit is het hoogste doel. Een ontwerper wil juist niet het verleden herhalen, want dan is er geen verschil en dat maakt het minder waard.

‘Als je met ontwerpers praat, noemen ze mogelijkheden waar je nog nooit aan gedacht had. Niet omdat ze zoveel creatiever zijn, maar omdat ze niet gehinderd worden door kennis. Als je kennis hebt zeg je: het kan niet zo, en daarom gebeurt het niet zo. Met onwetendheid kom je soms een heel eind. Het kan heel waardevol zijn om te rade te gaan bij ontwerpers om de mogelijkheden van materialen de richting op te duwen van onbekende en onbewezen gebieden.’

Augusto Picozza, ontwerper bij Jarden Consumer Solutions voegde daar aan toe: ‘Je moet niets zo maar aannemen. Je moet het oude niet steeds herhalen, je moet voortdurend nieuwe ontdekkingen doen.’ Picozza benadrukte dat alle industrieel ontwerpers veel technische kennis moeten opdoen over productie, matrijzen, processen en materialen.

Productontwikkelaar David Kusuma raakte gefrustreerd toen hem beperkingen werden opgelegd. Als ontwerper kon hij zich niet bezighouden met materiaalspecificaties, en als technicus mocht hij niet werken aan de creatieve kant.

Nu is hij productontwikkelaar bij Tupperware en zei daar over: ‘De afgelopen jaren hebben we hier veel over nagedacht. Is het beter om ontwerpers te hebben met veel kennis over materialen en productieprocessen, of is het beter om hen zonder enige beperking producten te laten ontwerpen en te hopen dat ze een uniek idee krijgen waar later een productieproces bij wordt bedacht.’
Volgens Kusuma is er geen goede of verkeerde benadering, het kan alle twee werken. Tupperware heeft de afgelopen tijd alle medewerkers die betrokken zijn bij het ontwikkelingswerk samengebracht in ‘categorieteams’. De productlijnen zijn in segmenten ondergebracht, zoals magnetron, kinderproducten, meeneemproducten enzovoort. Aan elk segment is een team van ontwerpers, ontwikkelaars en marketingmensen toegewezen.
‘Zij moeten met elkaar samenwerken en ervoor zorgen dat vanaf het begin overal rekening mee wordt gehouden. Van marktonderzoek en design tot de uiteindelijke productie. Wij vinden dat de communicatie nu veel beter verloopt.’

Kevin Shinn is directeur ontwerp bij Altair ThinkLabs. Daarvoor was hij ontwerper bij Newell Rubbermaid en Dow Corning. Over zijn functie zei hij: ‘Het is niet zozeer dat ik het ontwerpteam leid, maar meer dat ik de richting geef. Belangrijk is dat ik de ontwerpers in staat stel om te doen wat zij moeten doen. Verder streef ik ernaar om de ontwerpers te leren hoe ze met de rest van het bedrijf moeten praten. Daarom moeten ze het nodig weten over de financiën, de technische kant van productontwikkeling, marketing en bedrijfsvoering. Het gevolg is dat de diverse afdelingen elkaar beter begrijpen.’

Mark Dziersk van Lunar Design was het daar niet mee eens. Hij stelde dat het niet nodig is om van alles te weten, als je maar goed bent in je vak. ‘Er is gezegd dat je als ontwerper veel van je vak moet weten, maar dat je ook kennis moet hebben van techniek, geld en marketing. Ik vind dat onzin.’

Chris Bray, directeur van IQ Design Labs, onderdeel van grondstofleverancier PolyOne, benadrukte dat het nodig is om als ontwerper met twee voeten op de grond te blijven staan en je te richten op het eindresultaat. Het is nodig binnen het eigen bedrijf de waarde aan te tonen van een eigen ontwerpafdeling. Bray vertelde dat hij net zo veel tijd besteed aan het verkopen van een project binnen het eigen bedrijf als aan de klanten. Dat komt doordat er veel wordt gesproken over het vak van ontwerper, dat het waarde lijkt te hebben, maar dat die waarde moeilijk te kwantificeren is. Hij pleitte ervoor de ontwerpafdeling niet te groot te maken. Het laatste wat je namelijk wilt is een studio vol mensen waar eigenlijk geen werk voor is.

Over de waarde van ontwerpers stelden zowel Shinn als Kusuma dat ontwerpers zelden direct specificaties geven voor een materiaal of proces, maar ze grote invloed hebben op wat er uiteindelijk wordt gespecificeerd. Dat is een goede reden voor grondstof – en softwareleveranciers om jonge ontwerpers aan te trekken.

Ondanks alle communicatieproblemen legde Perry zijn recept voor succes uit: ‘Ik probeer niet om de technici te laten spreken als ontwerper. Ik probeer ook niet om ze te veranderen. Ik doe wel mijn best om iedereen te betrekken bij het belangrijkste doel: is dit wat de klant wil of zijn we te veel van onszelf uitgegaan?’

Als het gaat om interactie met andere afdeling, gaf Picozza als advies: ‘Als marketing zegt dat een ontwerp er niet goed uitziet, moet de ontwerper niet reageren met een persoonlijke mening. Hij of zij moet uitleggen waarom een bepaalde vorm beter is dan een andere. Want wie uitgaat van een persoonlijke mening, heeft altijd gelijk. Waar het bij teamwerk om gaat is het samenvoegen van individuele capaciteiten om een gezamenlijk doel te bereiken. Elke partij heeft de plicht om ontzettend zijn best te doen om elkaar te steunen en niet om elkaar tegen te werken.’

Bron: Robert Grace
ULProspector