Marijn Pfeifer wil kunststofverspaning slimmer maken met data, automatisering en proceskennis

Geplaatst door redactie

Met PfeinWorks Precision Plastics bouwt Marijn Pfeifer aan een bedrijf dat hoogwaardige kunststofonderdelen produceert. Zijn ambitie reikt verder dan precisieverspaning alleen. Hij wil laten zien dat de Nederlandse maakindustrie sneller kan innoveren, slimmer kan produceren en veel meer gebruik kan maken van data, automatisering en AI. Tijdens de Kunststoffenbeurs in Den Bosch presenteert hij zich op de stand van Kunststof en Rubber (stand 139).

Tags:
Marijn Pfeifer met zijn eerste machine: een Haas VF-02 uit zijn geboortejaar 2004. De foto’s zijn gemaakt door broer Daan van PfeiferMedia.

Een lagerzitting vraagt om een spiegelglad oppervlak. Een buitencontour die niemand ooit ziet niet. Toch worden kunststof onderdelen vaak overal even nauwkeurig bewerkt. Veel te vaak, vindt de jonge ondernemer Marijn Pfeifer .“Dat kost tijd, gereedschap en uiteindelijk vooral geld. Misschien hoeft maar één vlak heel nauwkeurig te zijn en mag de rest veel grover blijven. Waarom zou je dan overal dezelfde kwaliteit maken?”

Voor de 22-jarige oprichter van PfeinWorks is dat geen theoretische vraag, maar de kern van zijn bedrijfsvoering. Hij wil niet méér kwaliteit leveren dan nodig is, maar precies de kwaliteit die de toepassing vraagt. Dan is de klant namelijk goedkoper uit en heeft hij zijn product ook nog eens sneller. Volgens Pfeifer ligt daarin een belangrijke kans op een goede toekomst voor de Nederlandse kunststofverspaning die immers, net als de hele branche, moet concurreren met lagelonenlanden.

“Nederlanders zijn in beginsel perfectionistisch. Dat is natuurlijk goed, maar als je alles perfect wilt hebben, wordt het ook duur. In andere landen wordt daar anders naar gekeken. Producten uit China zijn niet alleen goedkoop omdat de bedrijven daar werken met staatssteun en de werknemers en grondstoffen goedkoper zijn – hoewel dat uiteraard heel belangrijk meeweegt – maar ook omdat ze de dingen niet mooier maken dan nodig is. En ik denk dat we in Nederland een stuk dichter bij de Chinese prijzen kunnen komen als we ons ook beperken tot het noodzakelijke. We moeten kwaliteit laten vallen waar dat kan zonder in te leveren op functionaliteit.” Dit vraagt om een slimmere aanpak tijdens de product ontwikkeling.

Hij geeft een voorbeeld van een recente opdracht die op basis van de tekening zou uitkomen op 20 euro per stuk. Er was echter ook de optie om een ruwvlak gewoon te zagen en niet verder af te werken. Dan was de prijs een paar euro per stuk. “Mensen in hoge lonenlanden hebben er een handje van om dingen heel extreem nauwkeurig te maken, want dan weten ze dat het werkt. Maar vervolgens gaan ze naar lagelonenlanden om het goedkoop te laten maken. En dan krijgen ze niet wat ze hebben besteld. Dan kan je je beter van tevoren afvragen wat je echt nodig hebt en dat hier bestellen.”

“Ik krijg soms opdrachten uit Eindhoven met best wel extreme tekeningen. Afschuiningen van plusmin vijfhondertste enzo. Daar ben ik dan twee uur mee bezig, omdat dit nauwelijks meetbaar was. En vervolgens spreek ik de engineer en dan blijkt vijftiende ook wel goed te zijn. Dat is echt verspilling van tijd, energie, en geld van de klant.”

Deze manier van denken gaat veel verder dan toleranties alleen. Waar veel verspaners ieder nieuw product opnieuw programmeren, kijkt Pfeifer liever naar het onderliggende proces. “Een gat is uiteindelijk een gat”, zegt hij droogjes. “Wat voor product er ook omheen zit.” Voor ieder materiaal wil hij daarom vastleggen welke combinatie van gereedschap, toerental, voeding, snijsnelheid en opspanning de beste balans oplevert tussen nauwkeurigheid, oppervlaktekwaliteit en productietijd. Als hij precies weet welke parameters bij welk materiaal welke oppervlaktekwaliteit opleveren, kan hij vooraf berekenen wat een gat in een bepaalde kwaliteit moet kosten. “Bij veel bedrijven gebeurt er dat nog te veel op gevoel.”

Uiteindelijk wil hij de opgedane kennis gebruiken om complete bewerkingsstrategieën te optimaliseren. “Iedere keer dat een onderdeel opnieuw moet worden opgespannen of omgedraaid kost tijd en vergroot de kans op afwijkingen. Idealiter pak ik een onderdeel maar één keer vast.” Een eigen kennisdatabase moet hem helpen om al vóór de eerste spaanafname te bepalen hoe een onderdeel het slimst geproduceerd kan worden: met zo min mogelijk handelingen, zo min mogelijk opspanningen en precies de kwaliteit die de klant vraagt.

Slimme online configurator

Die database kan dan vervolgens weer de basis vormen voor een slimme online configurator, waarmee klanten straks een tekening uploaden binnen een minuut een prijsindicatie ontvangen. Pfeifer: “Het moet echter een configurator worden die de klant helpt om zijn eisen scherp te krijgen. Dus niet een automatische tool die een berekening maakt op basis van wat wordt ingegeven, maar een slimme module die tips geeft hoe het goekoper kan. Dat is niet eenvoudig te realiseren, iets dergelijks kan alleen werken als er hele goede data achter zit. Die wil ik opbouwen. En dan is het uiteindelijk ook mogelijk om enkelstuks te maken op de machine zonder het proces te hoeven controleren.”

‘Kunststof leeft’

Dat procesmatige denken ontstond al tijdens zijn opleiding fijnmechanische techniek in Sittard. Tegenwoordig werkt Pfeifer nog drie dagen per week in de precisietechniek, waar hij hoogwaardige glascomponenten bewerkt voor onder meer optische toepassingen. De overige dagen bouwt hij aan PfeinWorks Precision Plastics, het bedrijf dat hij begin 2025 officieel inschreef.

Ondernemer worden was voor hem geen doel op zich. Wel wilde hij de vrijheid om ideeën uit te voeren die hij binnen bestaande bedrijven moeilijk van de grond zag komen. “Ik zag dat AI en automatisering veel toegevoegde waarde kunnen hebben. Vaak wordt in bedrijven enthousiast op dat soort nieuwe mogelijkheden gereageerd, maar vervolgens gebeurt er weinig mee. Met mijn eigen bedrijf kan ik die ideeën wel in de praktijk brengen.”

Dat hij voor technische kunststoffen koos, is geen toeval. “Ik houd van uitdagende materialen.” Volgens Pfeifer gedragen kunststoffen zich anders dan metalen. Bij metaal spelen vooral de interne spanningen die al in het materiaal aanwezig zijn. Kunststoffen reageren tijdens de bewerking echter extremer  op de warmte die ontstaat tijdens het verspanen. Omdat kunststof warmte slecht geleidt, blijft die warmte lokaal in het materiaal aanwezig. “Kunststof leeft”, zegt hij daarover. En uit zijn mond is dat geen oneliner, maar de basis voor een bedrijfsfilosofie. “Je haalt materiaal weg en ineens wil het onderdeel gaan buigen of opkrullen. Daar moet je tijdens het hele proces rekening mee houden.”

Juist daarom draait kunststofverspaning volgens hem om procesbeheersing. Door slim op te spannen, de juiste bewerkingsvolgorde te kiezen of vacuümopspanning toe te passen, kun je dat gedrag beheersen. “Het lijkt soms onvoorspelbaar, maar uiteindelijk kun je er wel degelijk een reproduceerbaar proces van maken. Dat vind ik juist de uitdaging.”

Hoogwaardige technische kunststoffen

Die uitdaging zoekt hij bewust op in hoogwaardige technische kunststoffen zoals PEEK en met koolstofvezels gevulde materialen. Die stellen niet alleen hoge eisen aan het verspaningsproces, maar ook aan het gereedschap. “Soms slijten mijn freesjes sneller dan als ik RVS zou bewerken. Die koolstofdeeltjes werken bijna als schuurpapier.”

Dure gereedschappen vindt hij daarom ook lang niet altijd de beste keuze. “Soms kun je beter goedkoper gereedschap gebruiken en dat vaker vervangen. Je moet continu afwegen wat economisch het slimst is.”

Hoogwaardige niche

De wens om het proces te beheersen, vertaalt zich in de nauwkeurigheid waarmee Pfeifer werkt. Voor relatief eenvoudige geometrieën realiseert hij toleranties van honderdste micrometers. Diktemetingen kan hij uitvoeren met een nauwkeurigheid van een enkele micron.

Tegelijk kent hij de grenzen van zijn huidige machinepark. Omdat hij nog niet beschikt over een coördinatenmeetmachine (CMM), richt hij zich voorlopig niet op complexe onderdelen met veel kamers, diepe pockets of driedimensionale geometrieën die volledig gecertificeerd moeten worden. “Ik focus me nu vooral op hoogwaardige onderdelen voor de algemene machinebouw. Die kan ik met mijn huidige apparatuur goed maken en meten.”

Haas VF-2 uit 2004

Zijn eerste machine is een tweedehands Haas VF-2 uit 2004 – hetzelfde bouwjaar als hijzelf. Hoewel hij de beperkingen van een oudere machine kent – vooral op het gebied van snelheid en de oppervlaktekwaliteit van bepaalde zijvlakken – kiest hij bewust voor een rustige groei. Nieuwe investeringen moeten uit eigen winst worden betaald. “Ik wil geen schulden en geen onnodige risico’s. Daardoor slaap ik ’s nachts goed en kan ik ‘nee’ zeggen tegen opdrachten waar ik verlies op maak.” Inmiddels heeft hij een eerste grote klant en weet ook een groeiend aantal nieuwe opdrachtgevers hem te vinden.

Slimmer produceren

Volgens Pfeifer staat de Nederlandse maakindustrie op een kruispunt. China zal de komende jaren steeds duurder worden, maar blijft voor veel standaardproducten een geduchte concurrent. Nederland zal het daarom volgens hem niet winnen op uurloon, maar op efficiëntie. “Het enige waar wij echt invloed op hebben, zijn onze eigen productiekosten.”

Juist daarom ziet hij veel mogelijkheden in het automatiseren van calculatie, werkvoorbereiding en CAM-programmering. Iedere handeling die geen waarde toevoegt, moet uit het proces verdwijnen. Niet onnodig een onderdeel omdraaien. Geen oppervlakken nauwkeuriger bewerken dan nodig. Geen uren besteden aan calculaties die software ook kan uitvoeren.

Voorlopig draait PfeinWorks nog op een tweedehands Haas VF-2 uit 2004. Maar Pfeifer kijkt verder. Niet alleen naar een nieuwe machine, maar ook naar de software, de data en de processen die daarachter schuilgaan. Zijn ambitie is helder: een bedrijf bouwen dat hoogwaardige kunststofonderdelen produceert en laat zien dat de Nederlandse maakindustrie concurrerend kan blijven. “We kunnen in Nederland niet concurreren op uurloon. Wel op kennis, data en een slimmer proces.”

Tags:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *